Van landelijke antibioticacijfers naar een kleine, menselijk beoordeelde praktijkaudit
Vertaal landelijke surveillance naar een afgebakende kwaliteitsvraag, met bevoegde zorgprofessionals als beoordelaars.
Begin met een kwaliteitsvraag
Een laag landelijk antibioticagebruik maakt een lokale kwaliteitsvraag niet overbodig. Voor een zelfstandige kliniek die antibiotica voorschrijft is vooral relevant of de beschikbare gegevens een gesprek over verantwoord voorschrijven mogelijk maken. Welke indicatie staat in het dossier? Welke richtlijn gold? En wanneer is aanvullende beoordeling nodig? Niet iedere kliniek of specialisme schrijft antibiotica voor; kies alleen een relevant zorgpad. Een kleine audit kan die vragen ordenen, zonder behandelbesluiten te automatiseren.
Eerst begrijpen wat de landelijke cijfers meten
NethMap One Health 2025 rapporteert voor Nederland een extramuraal antibioticagebruik van 8,78 DDD per 1.000 inwoners per dag in 2023 en 9,02 in 2024. Het rapport verscheen op 18 november 2025. De onderliggende gegevens van de Stichting Farmaceutische Kengetallen omvatten verstrekkingen door openbare apotheken en worden geëxtrapoleerd naar landelijke dekking. Daarbij horen voorschriften van onder meer huisartsen, poliklinieken en tandartsen: het is dus geen zuivere huisartsenindicator. Zie NethMap One Health 2025, hoofdstuk 3.1.1.
Ook de Europese context vraagt om zorgvuldige etiketten. ECDC rapporteert voor 2024 een gewogen gemiddelde van 18,8 DDD per 1.000 inwoners per dag voor antibioticagebruik buiten het ziekenhuis in de EU/EER. Nederland staat in dat overzicht op 9,0, met een andere afronding dan NethMap. Het ESAC-Net-rapport, gepubliceerd op 18 november 2025 geeft de context. Dit is geen bewijs dat ieder Nederlands voorschrift passend is, en evenmin een reden om een Europees gemiddelde als praktijkdoel te gebruiken.
26 oktober 2026Extramuraal antibioticagebruik in Nederland
DDD per 1.000 inwoners per dag
Begin bij één gezamenlijke vraag
Het onderstaande is een voorstel voor de organisatie van een audit, geen behandelprotocol. Laat de verantwoordelijke voorschrijver en betrokken apotheker eerst één afgebakende vraag kiezen. Bijvoorbeeld: is bij de geselecteerde voorschriften voldoende informatie vastgelegd om indicatie en behandelduur achteraf te beoordelen? Leg vooraf de meetperiode, inclusiecriteria en toepasselijke lokale richtlijnversie vast.
Bepaal vervolgens de noemer. Een steekproef van verstrekte recepten vertelt iets anders dan een steekproef van alle consulten voor dezelfde klacht. In het eerste geval blijven beslissingen om géén antibioticum voor te schrijven buiten beeld. Maak dat zichtbaar in de rapportage en vergelijk alleen meetrondes met dezelfde definitie.
Werk met een beknopt beoordelingsformulier: vastgelegde indicatie, middel, duur, relevante gedocumenteerde uitzonderingen, ontbrekende informatie en oordeel van de bevoegde beoordelaar. Voeg aparte categorieën toe voor “niet vastgelegd” en “niet te beoordelen”. Een leeg veld is niet automatisch een onjuist voorschrift.
Houd dossier en oordeel uit elkaar
Kies vooraf een uitvoerbare, opeenvolgende of willekeurige steekproef en registreer uitval. Laat een bevoegde zorgprofessional de oorspronkelijke dossiers beoordelen. Spreek af wie twijfelgevallen opnieuw bekijkt. Bespreek afwijkingen als aanleiding om te leren, niet als automatische ranglijst van voorschrijvers.
Eventuele software mag binnen goedgekeurde systemen helpen om gegevens klaar te zetten. Controleer geëxtraheerde velden aan de bron voordat conclusies worden getrokken. Laat software geen antibioticum kiezen, geen behandeling aanpassen en geen definitief oordeel over passend voorschrijven geven. Deel buiten het beoordelingsteam alleen de noodzakelijke geaggregeerde gegevens; kleine aantallen kunnen ook zonder namen herkenbaar zijn.
Maak de terugkoppeling uitvoerbaar
Bespreek één concreet verbeterpunt in het bestaande overleg tussen kliniek en betrokken apotheek. Wijs een eigenaar aan en plan een herhaalde beoordeling met dezelfde definities. Noteer ook relevante ongewenste ontwikkelingen, zoals herconsulten die nadere beoordeling vragen, voor zover de gegevens betrouwbaar beschikbaar zijn.
Een volgende meetronde hoeft niet direct een lager volume op te leveren. Betere vastlegging, minder onduidelijke dossiers of een beter onderbouwd gesprek kunnen eerst nodig zijn. Rapporteer aantallen, ontbrekende gegevens en beperkingen. Zo blijft stewardship een gezamenlijk kwaliteitsproces, met menselijke verantwoordelijkheid op de plaats waar die hoort.
Voor zorgorganisatie en kwaliteitsverbetering; geen individueel medisch advies.